Trigger warning: deze is rauw. 

Vorige week kwamen er verschillende situaties, vragen en pijn naar boven rond toxisch leiderschap. En gezien ik altijd schrijf rond wat er rond en in mij gebeurt, vandaag dus een post daarover: over mijn persoonlijke ervaring met toxisch leiderschap. Niet dat ik rond dat thema ‘bekend’ wil zijn. Nee, integendeel: Mijn passie zit aan de andere kant van het spectrum van leiderschap: bezield en intuïtief leiderschap.

Maar vandaag wil ik de oude versie van mezelf een stem geven. Omdat ze toen geen stem meer had, geen kracht meer had, geen vechtlust meer had. Vorige week kon ik die oude, rauwe pijn van toen weer voelen en daar heb ik dit artikel over geschreven:

 4 jaar geleden ben ik vertrokken.

Ik herinner mij nog ’s morgens de regenboog boven de stad Mechelen want ik was met de fiets (corona!). Ik zag de regenboog als een positief teken. Als een magische poort naar een ander leven. 

Ik probeerde te focussen op het positieve.

Een nieuwe start.

Een nieuw begin.

Dichter bij huis gaan werken.

Doen wat ik graag deed: beleid, visie, missie, werken met topleiders.

Ik verlangde ernaar om terug mezelf te zijn.

Na een periode van burn-out en herstel verlangde ik gewoon terug naar mezelf zijn. Terug in mijn kracht staan. Terug heel zijn. Want ik was gebroken. Ik voelde me gebroken op zo veel vlakken. Fysiek was ik ondertussen al een beetje beter. Na 3 jaar onderbroken nachten was mijn zoontje geopereerd en sliep hij eindelijk al een paar maanden door. Dat was echt een mirakel.

Maar teruggaan naar het oude leven, de oude job was geen optie.

En dat was heel moeilijk voor mij. Want ik moest om die stap te nemen enorm veel achterlaten: een thuis, een tot voordien veilige haven, een passie, een carrière, zo veel zalige collega’s waarmee ik had samengewerkt. Mensen die echte vrienden waren geworden. Mensen die mij begrepen en die ik begreep. Soulmates.

Het is een pijn die ik nog steeds kan voelen.

Omdat er zoveel goed was. Het is heel makkelijk om ergens te vertrekken waar er niet veel is om je daar te houden.  Het is echter hartverscheurend om alles wat je 13 jaar lang hebt opgebouwd achter te laten.

Ik heb mijn eigen hart moeten breken.

Ik moest bruggen moeten verbranden. Ik moest loslaten wat me niet meer diende en vooruitkijken. Want teruggaan was geen optie. Niet voor mezelf en niet voor de mensen om me heen. Deuren sloten zich. Niet dat er geen alternatieve jobs waren. Maar ik was een risico geworden. Zowel voor mezelf als voor anderen. Een risico dat niemand meer bereid was te nemen. Mezelf inclusief.

De waarheid is dat er geen veilige plek meer voor mij was.

De waarheid is dat ik ben weggegaan omdat er voor mij geen veilige plek meer was. De veilige haven die ik had gebouwd, was er niet meer. Het was een plek geworden waar ik werd gebroken. Keer op keer. Gekleineerd, uitgescholden, genegeerd, geïsoleerd, gemanipuleerd. Een plek waar helderheid ontbrak. Een plek waar ik ineens taken moest doen die ver buiten mijn ‘zone of genius’ lagen. Een plek waar ik vernederd werd omdat ik om hulp vroeg wanneer ik hulp nodig had. Een plek die focuste op mijn fouten en de dingen die ik ontbrak in plaats van mijn talenten. Een plek waar ik steeds werd verteld dat ik niet genoeg was, niet genoeg deed. Een plek waar ik uitgescholden werd omdat ik mijn mening gaf. Een plek die me negeerde wanneer ik de zaken die foutliepen aankaartte. Een plek waar ik me sterk hield voor de camera, de camera afzette en instortte. Een plek waarover de controlearts bij het derde bezoek vertelde dat het goed was dat ik daar wegging: want “Als je een burn-out wil, moet je daar gaan werken” (zijn woorden, niet de mijne)

Er is veel nodig geweest om mij te doen vertrekken.

Omdat er zo veel was dat ik moest loslaten was er een nog grotere kracht nodig om me te doen vertrekken. Die kracht was toxisch leiderschap. Niet van 1 persoon maar van meerdere personen, leidinggevenden en ondersteuners. Personen die me hadden moeten beschermen. Personen die me hadden moeten helpen. Personen die een verantwoordelijkheid hadden en die niet hebben genomen. Personen die naar me hadden moeten luisteren.

Ik was heel kwetsbaar.

En ik neem verantwoordelijkheid op voor mijn eigen aandeel. Want met 3 jaar slaaptekort, PTSD en een angststoornis was ik verre van de beste versie van mezelf. Ik was heel kwetsbaar, uitgeput en angstig. En ik besef dat mijn innerlijke realiteit zich uitspeelde in mijn externe realiteit. Maar ik verdiende het om gehoord te worden. Ik verdiende het om geholpen te worden. Ik verdiende leiderschap, empathy en respect.

Door weg te gaan gaf ik mezelf wat ik verdiende.

Zelfleiderschap, mildheid voor mezelf en zelfrespect. En toch ben ik dankbaar. Want zonder die enorme tegenkracht was ik nooit weggegaan. Weggegaan uit een gouden kooi waar ik jaren aan had gebouwd. Maar ook een kooi die te klein was geworden voor mij. Een kooi waarin ik niet meer kon groeien op de manier waar mijn ziel naar verlangde. Dat zag ik toen al wel. Maar mijn oude zelf zou nooit zijn weggegaan uit zo’n mooie kooi. Dus moest mijn oude zelf sterven. Doodgaan zoals de fenix: om opnieuw tot leven te komen, moet eerst haar oude zelf opgaan in as.

Ik heb de antwoorden voor toxisch leiderschap niet.

Voor mij was vertrekken de enigste optie. Omdat ik geen veerkracht meer had. Omdat ik geen kracht meer had om te vechten. Omdat ik geen hulp had. Ik kon alleen maar mezelf beschermen. Het advies dat ik nu geef aan topleiders is:

Ik wens je alvast veel inzicht toe.

Liefs, Christina